Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007

Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ6530.

4.3. Een partij die een aanbod tot getuigenbewijs doet, dient daartoe in beginsel door de rechter te worden toegelaten, mits het aanbod ter zake dienend is, dat wil zeggen dat de te bewijzen aangeboden feiten tot de beslissing van de zaak kunnen leiden, het aanbod niet te vaag (maar voldoende concreet en enigszins gespecificeerd) is, en voorts dat het aanbod tijdig is gedaan. Krachtens art. 353 in verbinding met art. 166 Rv is ook de appelrechter verplicht een bewijsaanbod, dat aan de hiervoor gestelde eisen voldoet, te honoreren, hoewel aan het bewijsaanbod in hoger beroep in verband met de eisen van een goede procesorde en het verloop van het geding in twee instanties strengere eisen kunnen worden gesteld(9).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/618ecfa335f6baa36172b229b087eb7a76edf583147b8aa27b21d4b63c75c687. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 618ecfa335f6baa36172b229b087eb7a76edf583147b8aa27b21d4b63c75c687, en de alinea staat in dat document op bytes 24084 tot 24818.