Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007
Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ6530.
4.5. In het door beide partijen in hun schriftelijke toelichting aangehaalde arrest van 9 juli 2004, nr. C03/079, NJ 2005, 270 m.nt. DA (OZ/[...]) is de Hoge Raad uitvoerig ingegaan op aan een aanbod tot getuigenbewijs in hoger beroep te stellen eisen. De zaak die tot dat arrest leidde betrof een althans op het eerste gezicht nogal vergelijkbare zaak, waarin OZ in appel had aangeboden om een aantal personen als getuigen te doen horen, die nog niet eerder in de procedure waren gehoord, maar van wie wel reeds schriftelijke verklaringen in het geding waren gebracht. Het hof had het bewijsaanbod als te vaag gepasseerd onder de overweging dat verzuimd was aan te geven op welk concreet punt de getuigen meer of anders zouden kunnen verklaren dan zij reeds in hun schriftelijke verklaringen hadden gedaan. De Hoge Raad overwoog evenwel (rov. 3.6):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/618ecfa335f6baa36172b229b087eb7a76edf583147b8aa27b21d4b63c75c687. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 618ecfa335f6baa36172b229b087eb7a76edf583147b8aa27b21d4b63c75c687, en de alinea staat in dat document op bytes 25456 tot 26319.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/618ecfa335f6baa36172b229b087eb7a76edf583147b8aa27b21d4b63c75c687 | shasum -a 256