Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007

Alinea 79 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ6530.

4.7. De Hoge Raad heeft al eerder toegelaten dat van een partij, die al getuigen heeft doen horen of schriftelijke verklaringen van getuigen in het geding heeft gebracht, onder omstandigheden verlangd kan worden dat zij vermeldt in hoeverre de getuigen meer of anders kunnen verklaren dan zij al hebben gedaan(12). Deze aanvullende eis voor het gehonoreerd krijgen van een aanbod tot getuigenbewijs in hoger beroep lijkt te worden ingegeven door de eisen van een goede procesorde. Wanneer een partij kan aangeven wat de getuigen (meer of anders) zullen kunnen verklaren wordt de rechter immers dubbel werk bespaard doordat deze niet opnieuw getuigen behoeft te horen die niets meer of anders verklaren dan zij reeds ten overstaan van de rechter of op papier hebben gedaan(13). Volgens Asser mogen we eigenlijk best verwachten dat een partij, die getuigenbewijs aanbiedt, daarbij vermeldt wat de opgegeven getuigen (meer of anders) zullen kunnen verklaren. Zo wordt de rechter in staat gesteld te beoordelen of die verklaringen relevant kunnen zijn voor het te leveren bewijs en worden zinloze getuigenverhoren zoveel mogelijk vermeden(14).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/618ecfa335f6baa36172b229b087eb7a76edf583147b8aa27b21d4b63c75c687. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 618ecfa335f6baa36172b229b087eb7a76edf583147b8aa27b21d4b63c75c687, en de alinea staat in dat document op bytes 31034 tot 32186.