Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007
Alinea 85 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ6530.
4.10. Met betrekking tot het 'alternatief' van getuigenverklaringen valt in het aangehaalde arrest van de Hoge Raad op(17) dat in het geding gebrachte schriftelijke verklaringen op een lijn worden gesteld met afgelegde getuigenverklaringen ten overstaan van de rechter. Wat betreft een efficiënte en voortvarende wijze van procederen, zowel qua kosten- als qua tijdbeheersing, valt voor een dergelijke gelijkstelling veel te zeggen, maar dit mag er ook weer niet toe leiden dat partijen geen schriftelijke verklaringen van getuigen meer zullen overleggen uit angst dat zij daarmee niet meer worden toegelaten tot getuigenbewijs of dat bewijs met hun schriftelijke verklaringen hebben prijsgegeven. Van den Brink meent dat de schriftelijke verklaringen, ondanks hun bewijskracht(18), de getuigenverklaringen niet kunnen vervangen. Het direct passeren van een bewijsaanbod onder de overweging dat de inhoud van de verklaring van de te horen getuigen reeds bekend is uit de stukken, acht hij niet mogelijk, tenzij het oordeel zo zou moeten worden begrepen dat de schriftelijke verklaringen (mede) tot het oordeel leiden dat een bewijsaanbod onvoldoende gespecificeerd is(19).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/618ecfa335f6baa36172b229b087eb7a76edf583147b8aa27b21d4b63c75c687. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 618ecfa335f6baa36172b229b087eb7a76edf583147b8aa27b21d4b63c75c687, en de alinea staat in dat document op bytes 33870 tot 35057.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/618ecfa335f6baa36172b229b087eb7a76edf583147b8aa27b21d4b63c75c687 | shasum -a 256