Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007
Alinea 86 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ6530.
4.11. Gesignaleerd is dat de door de eisen van een goede procesorde ingegeven mogelijkheid, dat van een partij wordt gevraagd aan te geven wat de getuigen meer of anders kunnen verklaren dan zij al gedaan hebben, nog al in de buurt komt van het vooruitlopen op de uitkomst van de bewijslevering die nog moet plaatsvinden.(20) Dit prognosticeren verbiedt de Hoge Raad de rechter tot op heden(21). In het geval waarin de rechter reeds beschikt over getuigenverklaringen of in het geding gebrachte schriftelijke verklaringen en de rechter dus weet wat de getuigen zullen verklaren en al een idee heeft of het bewijs op basis van dat materiaal geleverd is, toont Asser zich kritisch ten aanzien van het prognoseverbod en vraagt hij zich af waarom de rechter dan nog 'de rituele dans van het getuigenverhoor' zou moeten houden(22).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/618ecfa335f6baa36172b229b087eb7a76edf583147b8aa27b21d4b63c75c687. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 618ecfa335f6baa36172b229b087eb7a76edf583147b8aa27b21d4b63c75c687, en de alinea staat in dat document op bytes 35077 tot 35916.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/618ecfa335f6baa36172b229b087eb7a76edf583147b8aa27b21d4b63c75c687 | shasum -a 256