Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2007

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ6708.

Het hof stelt vast, dat geen klacht is gedaan, noch door de wettelijk vertegenwoordiger, noch door het betrokken meisje zelf, die daartoe op grond van artikel 247 lid 3 juncto artikel 245 lid 4 van het Wetboek van Strafrecht wel gerechtigd was. Dat is op zich begrijpelijk, nu in het opsporingsonderzoek is uitgegaan van misdrijven terzake van artikel 249 van het Wetboek van Strafrecht, die ambtshalve vervolgbaar zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3f892245e3949db5641a4733e0cabbf66148f33ea782cbf206333b03835e823. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3f892245e3949db5641a4733e0cabbf66148f33ea782cbf206333b03835e823, en de alinea staat in dat document op bytes 7162 tot 7595.