Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2007
Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ6708.
9. In de jaren negentig van de vorige eeuw heeft de Hoge Raad enkele malen beslist dat het ontbreken van een klacht niet het einde van de vervolging behoeft te betekenen, mits de rechter kan vaststellen dat "de klager" (de aangever, die de klacht had kunnen doen) op het moment waarop hij aangifte deed "de bedoeling had dat een vervolging zou worden ingesteld", vgl. HR NJ 1994, 278, HR NJ 1997, 546 en HR NJ 1998, 608.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3f892245e3949db5641a4733e0cabbf66148f33ea782cbf206333b03835e823. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3f892245e3949db5641a4733e0cabbf66148f33ea782cbf206333b03835e823, en de alinea staat in dat document op bytes 10965 tot 11399.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c3f892245e3949db5641a4733e0cabbf66148f33ea782cbf206333b03835e823 | shasum -a 256