Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2007
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ6708.
15. Het kan zeer wel zijn - en ik kreeg enigszins de indruk dat de onderhavige zaak daar een illustratie van zou kunnen zijn - dat de minderjarige aangeefster er reeds bij de aanvang van het opsporingsonderzoek van overtuigd was dat haar iets is gebeurd dat niet had mogen gebeuren doch, om welke reden dan ook, op dat moment een strafzaak liefst wilde vermijden, terwijl op een later tijdstip de behoefte aan een rechterlijk oordeel, erkenning van het ondergane leed en/of bestraffing van de verdachte toch de overhand krijgen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3f892245e3949db5641a4733e0cabbf66148f33ea782cbf206333b03835e823. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3f892245e3949db5641a4733e0cabbf66148f33ea782cbf206333b03835e823, en de alinea staat in dat document op bytes 16653 tot 17195.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c3f892245e3949db5641a4733e0cabbf66148f33ea782cbf206333b03835e823 | shasum -a 256