Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2007
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ6708.
Ik zie geen goede reden waarom in een dergelijke situatie het eertijds in de art. 245 en 247 Sr opgenomen klachtvereiste niet aldus kan worden uitgelegd, dat bij het ontbreken van een aan de wettelijke eis voldoende klacht, de rechter dient te onderzoeken of de aangeefster op enig moment in de procedure te kennen heeft gegeven dat zij de strafvervolging wenst (en daarop niet is teruggekomen), terwijl in dat geval op grond van die alsnog betoonde instemming mag worden vastgesteld dat is voldaan aan het vereiste om die vervolging voort te zetten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3f892245e3949db5641a4733e0cabbf66148f33ea782cbf206333b03835e823. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3f892245e3949db5641a4733e0cabbf66148f33ea782cbf206333b03835e823, en de alinea staat in dat document op bytes 17203 tot 17767.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c3f892245e3949db5641a4733e0cabbf66148f33ea782cbf206333b03835e823 | shasum -a 256