Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2007
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ8166.
14. Voor zover het middel wil betogen dat de bewijsopdracht onbegrijpelijk is in het licht van hetgeen [eiser] c.s. hebben gesteld, faalt het. Blijkens de gedingstukken hebben [eiser] c.s. ter ondersteuning van hun stelling dat de pompen niet goed functioneerden onder meer aangevoerd dat de pompen ondeugdelijk waren geplaatst waardoor zij zich, anders dan het Waterschap heeft gesteld, niet één keer, maar meerdere malen volzogen met modder en daarvan uitdrukkelijk bewijs aangeboden (zie pleitaantekeningen mr Verhoeven, blz. 3/4, derde punt). Tegen deze achtergrond is de door het hof geformuleerde bewijsopdracht geenszins onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc4ddd569a2c1b615c9cd29510f286e2a4d73ecc81a10a12c07e84550225850a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc4ddd569a2c1b615c9cd29510f286e2a4d73ecc81a10a12c07e84550225850a, en de alinea staat in dat document op bytes 14000 tot 14659.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc4ddd569a2c1b615c9cd29510f286e2a4d73ecc81a10a12c07e84550225850a | shasum -a 256