Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2007

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ8166.

17. Vooropgesteld moet worden dat het middel feitelijke grondslag mist voor zover het betrekking heeft op de getuigenverklaringen van [betrokkene 1] en van [betrokkene 3]. Het hof heeft met betrekking tot de waardering van deze getuigenverklaring geen beperking van de bewijskracht op de voet van art. 164 lid 2 Rv toegepast. Het hof heeft dat slechts gedaan met betrekking tot de getuigenverklaring van [eiser 2] in verband met het eerste aspect van de bewijsopdracht (het ondeugdelijk plaatsen van de pompen, zie r.o. 8.4.2) en het derde aspect van de bewijsopdracht (het niet goed functioneren van het Heras hekwerk bij het opvangen van drijfvuil, zie r.o. 8.6.1).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc4ddd569a2c1b615c9cd29510f286e2a4d73ecc81a10a12c07e84550225850a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc4ddd569a2c1b615c9cd29510f286e2a4d73ecc81a10a12c07e84550225850a, en de alinea staat in dat document op bytes 17316 tot 17997.