Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2007
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ8166.
19. Blijkens de parlementaire geschiedenis van art. 213 (oud) Rv, waarvan het eerste lid ongewijzigd is overgenomen in het tweede lid van het huidige art. 164 Rv, geldt de wettelijke beperking van de bewijskracht van een verklaring van een partijgetuige ook wanneer meerdere als partij aan te merken personen verklaringen hebben afgelegd, zoals bijvoorbeeld mede-erfgenamen, directeuren van één NV die partij is, of meerdere vennoten van een vennootschap onder firma, die partij is (MvA TK, Parl. Gesch. Nieuw bewijsrecht, blz. 288). In het onderhavige geval is aan de zijde van [eiser] c.s. geen sprake van meerdere als (één) partij aan te merken personen, maar van meerdere procespartijen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc4ddd569a2c1b615c9cd29510f286e2a4d73ecc81a10a12c07e84550225850a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc4ddd569a2c1b615c9cd29510f286e2a4d73ecc81a10a12c07e84550225850a, en de alinea staat in dat document op bytes 18150 tot 18859.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc4ddd569a2c1b615c9cd29510f286e2a4d73ecc81a10a12c07e84550225850a | shasum -a 256