Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2007
Alinea 57 Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ8166.
31. Wat het eerste aspect van de bewijsopdracht betreft (de ondeugdelijke plaatsing van de pompen), heeft het hof vastgesteld dat tegenover de verklaring van [eiser 2], die als enige getuige heeft verklaard dat de slangen van de pompen zo in de modder lagen en niet waren voorzien van een korf om het vuil tegen te houden, de verklaringen staan van de getuigen [betrokkene 5 t/m 7], waaruit blijkt dat aan de slangen wel een zuigkorf bevestigd was en dat de pompen naar behoren werkten. In dit licht is, mede gezien de beperking van de bewijskracht die het hof op de voet van art. 164 lid 2 Rv in aanmerking heeft genomen bij de waardering van de verklaring van [eiser 2], het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc4ddd569a2c1b615c9cd29510f286e2a4d73ecc81a10a12c07e84550225850a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc4ddd569a2c1b615c9cd29510f286e2a4d73ecc81a10a12c07e84550225850a, en de alinea staat in dat document op bytes 25217 tot 25947.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc4ddd569a2c1b615c9cd29510f286e2a4d73ecc81a10a12c07e84550225850a | shasum -a 256