Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2007
Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ8521.
Dit hof heeft in zijn arrest van 27 januari 2005 de derde grief gehonoreerd die was gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat de door [eiseres] in te brengen waarde van de woning de waarde per datum overlijden erflater (29 november 1995) dient te zijn en niet de datum van afgifte van het legaat (levering van het huis). Daartoe heeft het hof overwogen als volgt. De onenigheid tussen partijen - die ertoe heeft geleid dat partijen geen overeenstemming konden bereiken over de voorwaarden waaronder afgifte van het legaat tegen inbreng van de waarde moest plaatsvinden - zich beperkte tot de waarde van het huis per datum overlijden van de erflater en de vraag of, en zo ja in hoeverre, de hypotheek in mindering op dit bedrag (de waarde-inbreng) diende te komen indien de hypotheek op het huis zou blijven rusten (rechtsoverweging 3.2). Met betrekking tot de waarde van het huis per datum overlijden heeft [eiseres] zich tot in deze procedure op het standpunt gesteld dat deze op f 195.000,- moest worden gesteld, zulks op basis van de - op 30 januari 1996 uitgevoerde - taxatie ten behoeve van de aangifte successierecht. [Verweerders] hebben deze taxatie als uitgangspunt voor de waardering bestreden; zij hebben in een brief van 1 juli 1996 een voorstel gedaan, waarvan deel uitmaakte het voorstel tot een gezamenlijke opdracht voor een nieuwe taxatie. [Eiseres] heeft hierop niet gereageerd (rechtsoverweging 3.3). Gelet op de aard van de taxatie uit 1996 (een waardeonderzoek in verband met aangifte successiebelasting) is het hof van oordeel dat de (nog steeds) door [eiseres] voorgestane waarde niet te beschouwen viel of valt als de reële vrije verkoopwaarde van het huis per datum van overlijden (rechtsoverweging 3.4). Met betrekking tot de hypotheek heeft [eiseres] zich tot in deze procedure op het standpunt gesteld dat deze geheel in mindering diende te strekken op de door haar in te brengen waarde van het huis. Eerst in deze procedure heeft [eiseres] aanvaard dat de helft van deze hypotheekschuld voor haar rekening kwam, zoals werd betoogd door [verweerders] onder verwijzing naar de schuldbekentenis en hypotheekakte van 7 juli 1995 die door erflater en [eiseres] gezamenlijk is ondertekend. Argumenten op grond waarvan desondanks geoordeeld zou moeten worden dat de lening niet voor de helft aan haar toebedeeld zou moeten worden heeft [eiseres] niet aangevoerd (rechtsoverweging 3.5). Tegen deze achtergrond en gelet voorts op de tijd die inmiddels is verlopen sinds het overlijden van de erflater, alsmede op het feit dat [eiseres] steeds, in feite als vruchtgebruiker, in het huis is blijven wonen, acht het hof het in strijd met redelijkheid en billijkheid dat de waarde van het huis die [eiseres] dient in te brengen om de eigendom daarvan te verkrijgen, vastgesteld zou worden op de waarde per datum van overlijden van de erflater. Dat zou mogelijk anders liggen indien aanleiding zou bestaan te oordelen dat het in overwegende mate aan [verweerders] is toe te rekenen dat het ter zake van de onderhavige punten niet tot een vergelijk is gekomen, maar een zodanige aanleiding ziet het hof niet (rechtsoverweging 3.6). Het hof voegt hieraan toe dat [eiseres] niet gevolgd kan worden in haar visie dat haar het vruchtgebruik zou toekomen op de inbrengwaarde van het huis (en dat terzake dus iets valt prijs te geven), nu uit het testament onder II sub b volgt dat het recht van vruchtgebruik omvat de nalatenschap nadat daaruit de schulden zijn voldaan, terwijl [verweerders] op grond van het bepaalde sub i konden eisen dat [eiseres] hun vorderingen voldoet door bestanddelen van de nalatenschap te gelde te maken, van welke mogelijkheid zij op 21 juni 2001 gebruik hebben gemaakt (rechtsoverweging 3.7).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd7aadca4aadbcc7004899d37e19fb175338575672a5992c564f0b3867f3ddaa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd7aadca4aadbcc7004899d37e19fb175338575672a5992c564f0b3867f3ddaa, en de alinea staat in dat document op bytes 18023 tot 21774.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd7aadca4aadbcc7004899d37e19fb175338575672a5992c564f0b3867f3ddaa | shasum -a 256