Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2007
Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ8521.
Het middel verwijt het hof te hebben miskend dat alleen sprake kan zijn van het op grond van de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid afwijken van de sterfdatum als peildatum ingeval de vertraging in de afgifte van het legaat uitsluitend, althans in hoofdzaak, is toe te schrijven aan de (verwijtbare) gedragingen van de legataris die afgifte vordert. Dit verwijt faalt omdat zij berust op een stelling - te weten dat uitsluitend sprake kan zijn van afwijking op de voet van de maatstaf van art. 6:2 lid 2 ingeval de door het middelonderdeel bedoelde omstandigheden zich voordoen - in haar algemeenheid te ver gaat. De vraag of de maatstaf van art. 6:2 lid 2 BW noopt tot afwijking van de sterfdatum als peildatum, dient te worden beantwoord aan de hand van alle relevante omstandigheden van het geval; de omstandigheid dat de legataris - al dan niet verwijtbaar - aan de vertraging heeft bijgedragen is slechts één van de te wegen omstandigheden. Het verwijt dat het hof heeft miskend dat het enkele tijdsverloop tussen het overlijden en de daadwerkelijke afgifte onvoldoende is, mist feitelijke grondslag omdat het hof zijn motivering niet tot deze grond heeft beperkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd7aadca4aadbcc7004899d37e19fb175338575672a5992c564f0b3867f3ddaa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd7aadca4aadbcc7004899d37e19fb175338575672a5992c564f0b3867f3ddaa, en de alinea staat in dat document op bytes 29021 tot 30225.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd7aadca4aadbcc7004899d37e19fb175338575672a5992c564f0b3867f3ddaa | shasum -a 256