Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2007

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ8521.

10. Zoals gezegd nemen de overige middelonderdelen tot uitgangspunt dat het hof wel zou hebben onderkend dat de datum van overlijden van de erflater (als regel) de peildatum is voor de waardering van het (tegen inbreng) gelegateerde goed, maar dat het hof heeft geoordeeld dat op grond van de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid hier een uitzondering op die regel moet worden gemaakt. Bij de beoordeling van deze onderdelen moet dan ook worden uitgegaan van de juistheid van de lezing van het middel dat het hof zijn oordeel dat een uitzondering op bedoelde regel moet worden gemaakt, heeft gegrond op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid; de door het hof gebruikte bewoordingen - het hof overwoog het in strijd te achten met de eisen van redelijkheid en billijkheid - duiden daar overigens ook op.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd7aadca4aadbcc7004899d37e19fb175338575672a5992c564f0b3867f3ddaa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd7aadca4aadbcc7004899d37e19fb175338575672a5992c564f0b3867f3ddaa, en de alinea staat in dat document op bytes 30263 tot 31114.