Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2007

Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ8521.

11. Middelonderdeel 4 (middelonderdeel 3 bevat een inleiding) bestrijdt als onbegrijpelijk het oordeel in rechtsoverweging 3.2 dat de onenigheid over de uitvoering van het legaat zich beperkte tot de waarde van het huis per tijdstip overlijden en tot de vraag of en zo ja in hoeverre de hypotheek in mindering op deze waarde dient te komen. Geklaagd wordt over een onbegrijpelijke uiteg van de stellingen van [eiseres] en - vooral - van de [verweerders], die er reeds in hun conclusie van antwoord geen enkel misverstand over hebben laten bestaan dat zij menen niet te zijn gehouden tot enige medewerking aan de afgifte van het legaat, waarna zij zich subsidiair op rechtsverwerking hebben beroepen en meer subsidiair hebben gesteld dat de waarde ten tijde van de daadwerkelijke afgifte van het legaat als peildatum dient te gelden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd7aadca4aadbcc7004899d37e19fb175338575672a5992c564f0b3867f3ddaa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd7aadca4aadbcc7004899d37e19fb175338575672a5992c564f0b3867f3ddaa, en de alinea staat in dat document op bytes 31153 tot 31998.