Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2007
Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ8521.
Met het middel tot uitgangspunt nemend dat het hof op grond van de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid heeft geoordeeld dat in casu niet aanvaardbaar is dat de waarde van het huis die [eiseres] dient in te brengen om de eigendom daarvan te verkrijgen, vastgesteld zou worden op de waarde per datum van overlijden van de erflater, heeft het hof gelet op de omstandigheden waarop het zijn oordeel heeft gebaseerd en waarop het zijn oordeel - anders dan de middelonderdelen 4-7 betogen - ook mocht baseren, niet blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting mede in aanmerking genomen dat de waarde van de woning na het openvallen van de nalatenschap aanmerkelijk is gestegen, zoals de erfgenamen hebben gesteld en door [eiseres] niet is betwist. 's Hofs oordeel is voor het overige in cassatie niet op zijn juistheid te toetsen, verweven als het is met waarderingen van feitelijke aard. Onbegrijpelijk acht ik het niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd7aadca4aadbcc7004899d37e19fb175338575672a5992c564f0b3867f3ddaa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd7aadca4aadbcc7004899d37e19fb175338575672a5992c564f0b3867f3ddaa, en de alinea staat in dat document op bytes 39740 tot 40690.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd7aadca4aadbcc7004899d37e19fb175338575672a5992c564f0b3867f3ddaa | shasum -a 256