Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2007
Alinea 79 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ8521.
16. Onderdeel 9 berust op de veronderstelling dat het hof heeft geoordeeld dat de vertraging in (of beter: het uitblijven van) de afgifte van het legaat door de erfgenamen uitsluitend, althans in hoofdzaak is toe te schrijven aan een verwijtbare of onredelijke houding van [eiseres] en bestrijdt dat oordeel als onbegrijpelijk; daartoe voert het onderdeel aan dat niet alleen de visie van [eiseres] op de geschilpunten een alleszins verdedigbare was en het feit dat zij in de woning is blijven wonen evenmin een verwijtbare gedraging oplevert, maar ook dat de erfgenamen zich primair op het standpunt hebben gesteld dat zij in het geheel niet waren gehouden de legaten af te geven. Aan het slot van het onderdeel wordt geklaagd dat 's hofs beslissing ook daarom onvoldoende is gemotiveerd omdat het hof nergens expliciet heeft aangegeven dat en waarom het van oordeel was dat de opstelling van [eiseres] in dezen zodanig laakbaar zou zijn geweest dat het door de erfgenamen gedane beroep op derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid gegrond moet worden geacht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd7aadca4aadbcc7004899d37e19fb175338575672a5992c564f0b3867f3ddaa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd7aadca4aadbcc7004899d37e19fb175338575672a5992c564f0b3867f3ddaa, en de alinea staat in dat document op bytes 40747 tot 41834.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bd7aadca4aadbcc7004899d37e19fb175338575672a5992c564f0b3867f3ddaa | shasum -a 256