Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2007
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0387.
2.6. Hoewel met het voorgaande zou kunnen worden volstaan, ga ik nog kort in op de jurisprudentie. Wanneer de wederpartij van degene die echtscheiding heeft verzocht hoger beroep instelt tegen de uitspraak tot echtscheiding, kan de vraag aan de orde komen: is het hoger beroep ingesteld omdat de betrokken appellant(e) werkelijk grieven wil aanvoeren tegen de echtscheidingsbeslissing of is het hoger beroep om een andere reden ingesteld? Onder het vroegere echtscheidingsrecht, waar een lacune in de wet bestond omdat het tijdstip waarop een voorlopige voorziening eindigde niet steeds aansloot bij het tijdstip waarop de definitief vast te stellen alimentatieverplichting een aanvang nam, zijn er meerdere voorbeelden van gevallen waarin `strategisch' werd geappelleerd tegen de uitspraak tot echtscheiding. De Hoge Raad heeft toen beslist dat de aard van het rechtsmiddel van hoger beroep niet eraan in de weg staat dat het wordt gebezigd teneinde te bewerkstelligen dat tezelfdertijd wordt beslist op de vordering tot echtscheiding en die tot levensonderhoud(8).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3cb46e274af44592f903c74304a9d440bb4f02d3ae4710bf53339a453aac76b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3cb46e274af44592f903c74304a9d440bb4f02d3ae4710bf53339a453aac76b, en de alinea staat in dat document op bytes 12659 tot 13738.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f3cb46e274af44592f903c74304a9d440bb4f02d3ae4710bf53339a453aac76b | shasum -a 256