Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2007

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0387.

2.12. Middel 2 heeft betrekking op de behoefte van de vrouw aan een bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud. In de feitelijke instanties heeft de man aangevoerd dat hij van zijn onderhoudsplicht is bevrijd omdat de vrouw samenwoont met een ander als waren zij gehuwd (art. 1:160 BW). De vrouw heeft deze stelling gemotiveerd bestreden. In cassatie is dit verweer niet langer aan de orde. In hoger beroep is het accent komen te liggen op de vraag of de vrouw zelfstandig in haar levensonderhoud kan voorzien door inkomsten uit arbeid. Het hof heeft hieromtrent vastgesteld dat de vrouw tijdens het huwelijk een aantal jaren part-time een schoonheidssalon aan huis heeft gedreven. Na het feitelijk uiteengaan van partijen is de vrouw elders een schoonheidssalon begonnen waarin zij part-time werkt. De vrouw heeft aan het hof verklaard dat de verhuurder het faillissement van haar bedrijf heeft verzocht en dat de exploitatie met ingang van 1 oktober 2006 zal worden gestaakt. Het hof heeft vervolgens geoordeeld dat de man zijn stelling, dat de vrouw vanaf het moment waarop zij de echtelijke woning verliet in haar eigen levensonderhoud kon voorzien, niet aannemelijk heeft gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3cb46e274af44592f903c74304a9d440bb4f02d3ae4710bf53339a453aac76b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3cb46e274af44592f903c74304a9d440bb4f02d3ae4710bf53339a453aac76b, en de alinea staat in dat document op bytes 19203 tot 20406.