Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 april 2007
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 27 april 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 april 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0387.
2.14. Aan de hand van de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting - waarnaar het hof in rov. 4 verwijst - heeft het hof de gevolgtrekking kunnen maken dat de vrouw momenteel onvoldoende inkomsten tot haar levensonderhoud heeft, noch zich deze kan verwerven. Het hof heeft zijn oordeel gemotiveerd door te wijzen op de stellingen van de vrouw omtrent, kort gezegd, haar (part-time) werkzaamheden in de door haar geëxploiteerde schoonheidssalon, de aanvraag door de verhuurder van het faillissement van deze onderneming en het staken van de exploitatie per 1 oktober 2006. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent stelplicht en bewijslastverdeling en behoefde evenmin een nadere motivering om begrijpelijk te zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3cb46e274af44592f903c74304a9d440bb4f02d3ae4710bf53339a453aac76b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3cb46e274af44592f903c74304a9d440bb4f02d3ae4710bf53339a453aac76b, en de alinea staat in dat document op bytes 20996 tot 21768.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f3cb46e274af44592f903c74304a9d440bb4f02d3ae4710bf53339a453aac76b | shasum -a 256