Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0421.

6. Een andere vraag is of de aantekening van dat mondeling arrest in het proces-verbaal van de zitting ook de vordering van de Advocaat-Generaal diende te bevatten. Art. 425 lid 4 Sv bepaalt voor zover hier van belang dat die aantekening geschiedt op de wijze door de Minister van Justitie te bepalen. De stellers van het middel wijzen er terecht op dat de Regeling aantekening mondeling vonnis (Regeling van 2 oktober 1996, Stcrt. 197), die in werking is getreden op 1 november 1996, zowel in de aanhef als in art. 3 gewag maakt van het vervallen art. 426d lid 2 Sv, maar niet van het thans geldende art. 425 lid 4 Sv.(3) De Minister heeft kennelijk nagelaten de regeling aan de onderhavige wetswijziging aan te passen. Met de stellers van het middel ben ik van oordeel dat het er voor gehouden moet worden dat de Minister van Justitie in art. 3 Regeling aantekening mondeling vonnis (hierna: de Regeling) de wijze heeft bepaald waarop de in art. 425 lid 4 Sv bedoelde aantekening dient te geschieden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/662a1242cac4a81f76ec10dd68b1beed9cea998b98cea3fca6d4154a72513b8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 662a1242cac4a81f76ec10dd68b1beed9cea998b98cea3fca6d4154a72513b8d, en de alinea staat in dat document op bytes 6162 tot 7177.