Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0421.

8. Het argument dat ervan uitgegaan moet worden dat de wijziging van art. 359 Sv niet aan de aandacht van de Minister zal zijn ontsnapt, maar dat hij in die wijziging kennelijk geen reden heeft gezien voor te schrijven dat voortaan ook de in art. 425 lid 4 Sv bedoelde aantekening de vordering van de advocaat-generaal moet vermelden, is niet sterk. Art. 3 sub j van de Regeling, spreekt nog steeds van de motiveringseisen genoemd in art. 359, vierde, zesde, zevende en achtste lid Sv.(4) Men kan zich niet goed voorstellen dat de Minister het niet nodig vindt de regeling aan te passen aan de schrapping van het zevende lid van art. 359 Sv bij dezelfde wetswijzing en aan de vernummering die de leden 8 en 9 (oud) als gevolg daarvan hebben ondergaan. Dat er sprake is van achterstallig onderhoud is dus wel duidelijk. Maar daarmee is nog niet gezegd dat de Minister bij de noodzakelijke update zal voorschrijven dat de vordering in de aantekening dient te worden vermeld en al helemaal niet dat het op de weg van de Hoge Raad ligt daarop vooruit te lopen. Anders gezegd: dat op dit punt sprake is van een kennelijke misslag van de Minister, is nog maar de vraag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/662a1242cac4a81f76ec10dd68b1beed9cea998b98cea3fca6d4154a72513b8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 662a1242cac4a81f76ec10dd68b1beed9cea998b98cea3fca6d4154a72513b8d, en de alinea staat in dat document op bytes 7693 tot 8869.