Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007
Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0421.
12. Daar komt nog dit bij. Niet voorgeschreven is dat de personalia van de verdachte en de naam van de rechter - toch essentiële gegevens - in de aantekening worden vermeld. De reden ligt voor de hand: vermelding van deze gegevens is overbodig omdat zij reeds in het proces-verbaal zijn opgenomen. Wel nu, in het proces-verbaal dient te worden vermeld dat de advocaat-generaal overeenkomstig art. 415 jo. 311 lid 1 Sv het woord voert en zijn schriftelijke vordering, na voorlezing, overlegt. Indirect wordt dus al in het proces-verbaal van de zitting naar de vordering verwezen. Dikwijls wordt daarbij ook de inhoud van de vordering vermeld. Daarin kan een bijkomend argument worden gevonden om de rechter niet te verplichten de vordering in de aantekening op te nemen of daarnaar in de aantekening te verwijzen. De toegevoegde waarde daarvan zou uiterst beperkt zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/662a1242cac4a81f76ec10dd68b1beed9cea998b98cea3fca6d4154a72513b8d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 662a1242cac4a81f76ec10dd68b1beed9cea998b98cea3fca6d4154a72513b8d, en de alinea staat in dat document op bytes 10998 tot 11881.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/662a1242cac4a81f76ec10dd68b1beed9cea998b98cea3fca6d4154a72513b8d | shasum -a 256