Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2007
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0423.
Het hof is van oordeel dat uit het verhandelde ter terechtzitting niet aannemelijk is geworden dat de verdachte zich in een noodweersituatie heeft bevonden en evenmin dat de verdachte dit in redelijkheid kon menen, aangezien hij door zijn gedrag als weergegeven onder a zich willens en wetens in een situatie heeft gebracht waarin een dreigende opstelling van [slachtoffer] zoals gesteld onder b te verwachten was. Voorts is niet aannemelijk geworden, gelet op het weergegevene onder c, dat jegens de verdachte - toen deze met [medeverdachte 1] het slachtoffer ging slaan en schoppen - sprake is geweest van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding als bedoeld in artikel 41 van het Wetboek van Strafrecht of van een onmiddellijk dreigend gevaar daarvoor. Het hof acht niet aannemelijk geworden dat [slachtoffer] zich op enig moment heeft gebukt om een mes van de grond op te pakken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfd7fbb9c81d795fcbf17b528f371e8bbd97c1e976f14bad12266741348c2a55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfd7fbb9c81d795fcbf17b528f371e8bbd97c1e976f14bad12266741348c2a55, en de alinea staat in dat document op bytes 10707 tot 11612.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cfd7fbb9c81d795fcbf17b528f371e8bbd97c1e976f14bad12266741348c2a55 | shasum -a 256