Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2007
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0423.
10. Men zou dus kunnen zeggen dat het Hof met zijn argumentatie een situatie heeft geschapen, waarin een klacht in cassatie te verwachten viel. Tot cassatie hoeft dat evenwel niet te leiden. Dit reeds omdat de casus een geheel andere is dan die waarvan in het genoemde arrest van de Hoge Raad sprake was. In het licht van de uit de bewijsmiddelen blijkende feiten is het oordeel van het Hof aldus te begrijpen dat het feit dat [slachtoffer] een mes trok, voor de verdachte geen noodzaak tot verdediging opleverde, maar louter gezien moet worden als een reactie op de confrontatie die [verdachte] en [medeverdachte 1] van meet af aan zochten. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk, nu uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte, nadat [slachtoffer] zijn mes had getrokken, zich zelf van een mes voorzag en op [slachtoffer] afliep en hem uitdaagde om te steken. Dat imponeert allesbehalve als verdediging. De dreigende opstelling van [slachtoffer] vormde voor [verdachte] en [medeverdachte 1] kennelijk slechts een niet onoverkomelijke belemmering om het verhaal dat zij zochten, te halen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfd7fbb9c81d795fcbf17b528f371e8bbd97c1e976f14bad12266741348c2a55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfd7fbb9c81d795fcbf17b528f371e8bbd97c1e976f14bad12266741348c2a55, en de alinea staat in dat document op bytes 14121 tot 15222.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cfd7fbb9c81d795fcbf17b528f371e8bbd97c1e976f14bad12266741348c2a55 | shasum -a 256