Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2007

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0423.

11. Ook om een andere reden kan de riskante motivering van het Hof niet tot cassatie leiden. De verwerping van het verweer zoals dat door de verdediging is gevoerd, wordt mijns inziens zelfstandig gedragen door hetgeen het Hof na het woord "Voorts" heeft overwogen. Het Hof oordeelt daarin, na te hebben vastgesteld dat [verdachte] en [medeverdachte 1] schopten en sloegen nadat [slachtoffer] zijn mes kwijt was, dat er toen, ten tijde van dat schoppen en slaan, jegens de verdachte geen sprake was van een (dreigend gevaar voor) een ogenblikkelijk wederrechtelijke aanranding.(1) Het argument van de verdediging dat verdediging nog steeds nodig was omdat [slachtoffer] zich bukte om het gevallen mes weer op te rapen, wordt door het Hof op feitelijke gronden verworpen. Die verwerping is niet onbegrijpelijk. Ik wijs er daarbij op dat de feitelijke toedracht waarop een beroep wordt gedaan, op een aantal niet onbelangrijke punten in strijd is met de inhoud van de bewijsmiddelen. Zo blijkt uit bewijsmiddel 4 dat [slachtoffer] gebogen ging staan door de trap die [medeverdachte 1] hem gaf (en dus niet bukte om zijn mes te pakken).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfd7fbb9c81d795fcbf17b528f371e8bbd97c1e976f14bad12266741348c2a55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfd7fbb9c81d795fcbf17b528f371e8bbd97c1e976f14bad12266741348c2a55, en de alinea staat in dat document op bytes 15242 tot 16388.