Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2007
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0423.
14. Het tweede middel bevat de klacht dat het Hof voor het bewijs ten onrechte gebruik heeft gemaakt van een proces-verbaal van opsporingsambtenaar [verbalisant 1], waarin deze onder meer heeft verklaard dat het slachtoffer een hersenschudding en een geïrriteerd rechteroog had opgelopen. De desbetreffende verklaring zou in zoverre niet op eigen waarneming van deze verbalisant kunnen berusten, nu niet blijkt dat deze beschikt over de voor het stellen van genoemde diagnose vereiste medische kennis. Het vierde middel bevat de klacht dat het Hof de opgelegde straf onvoldoende heeft gemotiveerd door te wijzen op het aan het slachtoffer toegebrachte letsel, welk letsel het Hof heeft afgeleid uit genoemd proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 1]. De middelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfd7fbb9c81d795fcbf17b528f371e8bbd97c1e976f14bad12266741348c2a55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfd7fbb9c81d795fcbf17b528f371e8bbd97c1e976f14bad12266741348c2a55, en de alinea staat in dat document op bytes 17821 tot 18642.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cfd7fbb9c81d795fcbf17b528f371e8bbd97c1e976f14bad12266741348c2a55 | shasum -a 256