Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2007
Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0423.
3 Het desbetreffende proces-verbaal houdt, naast het gedeelte dat het Hof daaruit voor het bewijs heeft gebezigd, als verklaring van het slachtoffer onder meer in: "Ik fietste op het fietspad, tegen het verkeer in, op de Europalaan. Vanaf dat moment kan ik mij niets meer herinneren. Ik kan mij alleen nog herinneren dat ik thuis ben gekomen en dat was na het voorval. Mijn ouders hebben aan mij uitgelegd wat er gebeurd was." Ik wijs er wat het vierde middel betreft terzijde nog op dat de steller ervan er ten onrechte van uit lijkt te gaan dat de omstandigheden waarmee het Hof bij de oplegging van de straf rekening heeft gehouden dienden te zijn ontleend aan de inhoud van wettige bewijsmiddelen. Die eis stelt de wet niet. Voldoende is dat zulke omstandigheden op grond van het verhandelde ter zitting (en de aldaar ter sprake gebrachte stukken) aannemelijk zijn geworden. Vgl. Corstens, Handboek, 5e, p. 701.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfd7fbb9c81d795fcbf17b528f371e8bbd97c1e976f14bad12266741348c2a55. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfd7fbb9c81d795fcbf17b528f371e8bbd97c1e976f14bad12266741348c2a55, en de alinea staat in dat document op bytes 24628 tot 25556.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cfd7fbb9c81d795fcbf17b528f371e8bbd97c1e976f14bad12266741348c2a55 | shasum -a 256