Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0424.

Het hof hecht geloof aan de hiervoor opgenomen verklaringen van de getuigen en het slachtoffer [...]. Dat, zoals verdachte gesteld heeft, de getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] elkaars verklaringen op die van aangever [het slachtoffer] hebben afgestemd is op geen enkele manier aannemelijk geworden. Te meer nu getuige [getuige 1] ter terechtzitting heeft verklaard dat zowel [het slachtoffer] als verdachte goede klanten van hem waren en hij op zich niets tegen verdachte heeft. De bovenvermelde verklaringen stemmen onderling overeen, terwijl [het slachtoffer] en [getuige 1], als getuigen ter terechtzitting in hoger beroep gehoord, op het hof een oprechte indruk hebben gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2fdc4592da8ea8520471ea099f3e125ce1d71740ded8eb30873860050cd0151a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2fdc4592da8ea8520471ea099f3e125ce1d71740ded8eb30873860050cd0151a, en de alinea staat in dat document op bytes 12651 tot 13360.