Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0424.
Ad 3. Veelvuldig zijn de klachten, dat aan den grondwettigen eisch, dat alle vonnissen de gronden, waarop zij rusten, moeten inhouden (art. 161 der Grondwet), door de tegenwoordige wijze van motiveeren van strafvonnissen niet op bevredigende wijze wordt voldaan. Het veroordeelend vonnis behelst in de meeste gevallen niet meer dan eene opsomming van hetgeen door de getuigen en den verdachte is verklaard voor zoover deze verklaringen ten bezware van laatstgenoemden strekken, de overweging dat door die verklaringen of de daarin gelegen aanwijzingen het wettig en overtuigend bewijs van het te laste gelegde geleverd wordt geacht, de aangenomen qualificatie, de toegepaste artikelen en de vermelding der opgelegde straf. Welke die aanwijzingen zijn, waarom de rechter aan de bijgebrachte bewijsgronden bewijskracht toekent en waarom juist deze straf wordt opgelegd, wordt in den regel niet medegedeeld.(...) Ten einde aan de genoemde grieven tegemoet te komen zijn daarom in het Ontwerp de navolgende vijf motiveeringsvoorschriften opgenomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2fdc4592da8ea8520471ea099f3e125ce1d71740ded8eb30873860050cd0151a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2fdc4592da8ea8520471ea099f3e125ce1d71740ded8eb30873860050cd0151a, en de alinea staat in dat document op bytes 16098 tot 17156.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2fdc4592da8ea8520471ea099f3e125ce1d71740ded8eb30873860050cd0151a | shasum -a 256