Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0424.

a. Ieder vonnis, waarbij wordt aangenomen dat de verdachte het feit heeft gepleegd, moet de redengevende feiten of omstandigheden vermelden, welke den rechter tot het aannemen van het bewijs van het te laste gelegde feit hebben geleid (art. 352, derde lid). M.a.w. de rechter moet motiveeren, waarom hij op grond van den medegedeelden inhoud der bewijsmiddelen het feit bewezen acht: hij moet de feiten en omstandigheden noemen, die z.i. door de bewijsmiddelen vaststaan en waaruit hij het bewijs van het te laste gelegde afleidt. Deze eisch geldt zoowel het z.g. rechtstreeksch aIs het zijdelingsch bewijs. Is een mishandeling b.v. door twee getuigen gezien, dan is de door die personen gedane waarneming, dat zij den verdachte met geweld op een ander hebben zien slaan, het redengevende feit waaruit de rechter mag afleiden, dat de verdachte, gelijk hem te laste is gelegd, dien ander opzettelijk heeft geslagen, en dan moet hij dit feit in zijn vonnis vermelden. Is het slaan niet rechtstreeks waargenomen, doch staat door wettige bewijsmiddelen b.v. vast, dat de verdachte en de mishandelde eenigen tijd alleen te zamen in een vertrek zijn geweest, dat die ander toen heeft gegild, te voren niet en daarna wel verwond is geweest enz., dan mag de rechter ook op grond van die vaststaande omstandigheden de telastegelegde mishandeling als bewezen aannemen, doch dan heeft hij die redengevende omstandigheden evenzeer uitdrukkelijk te vermelden."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2fdc4592da8ea8520471ea099f3e125ce1d71740ded8eb30873860050cd0151a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2fdc4592da8ea8520471ea099f3e125ce1d71740ded8eb30873860050cd0151a, en de alinea staat in dat document op bytes 17164 tot 18624.