Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007
Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0424.
14. De Toelichting maakt ons niet veel wijzer als het gaat om de vraag wat de rechter volgens de wetgever op grond van art. 359, derde lid, Sv in zijn vonnis moet opnemen. Het lijkt erop dat de wetgever, nadat hij heeft geconstateerd dat de rechter op basis van de oude regeling gewoonlijk de volgens hem relevante inhoud van de bewijsmiddelen in zijn vonnis opnam om deze vervolgens aan te duiden als de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring berustte, deze praktijk heeft vertaald in het nieuwe derde lid door te bepalen dat de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan moet steunen op de inhoud van in het vonnis opgenomen bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. De vraag is of dit betekent dat kan worden volstaan met eventueel een zakelijke samenvatting van de inhoud van het bewijsmiddel die de aan het bewijsmiddel te ontlenen redengevende feiten of omstandigheden bevat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2fdc4592da8ea8520471ea099f3e125ce1d71740ded8eb30873860050cd0151a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2fdc4592da8ea8520471ea099f3e125ce1d71740ded8eb30873860050cd0151a, en de alinea staat in dat document op bytes 29734 tot 30690.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2fdc4592da8ea8520471ea099f3e125ce1d71740ded8eb30873860050cd0151a | shasum -a 256