Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0425.

9. Uit de toelichting op art. 352 O.R.O. kan worden afgeleid dat met het voorschrift dat het vonnis de inhoud der bewijsmiddelen moet bevatten, werd beoogd te bewaken dat alleen wettige bewijsmiddelen tot de constructie van het bewijs zouden meewerken. Het was dus geen motiveringsvoorschrift. Dat was het derde lid dat voorschreef dat de rechter de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden als zodanig in zijn vonnis diende aan te wijzen. Vgl. Knigge, Beslissen en motiveren, Alphen aan den Rijn 1980, p. 141. In de praktijk bleek echter dat het in veel gevallen lastig of weinig verhelderend is onderscheid te maken tussen de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen en de daarin voor de bewezenverklaring vervatte redengevende feiten of omstandigheden. Dit heeft er toe geleid dat de rechter in de praktijk geen gebruik maakte van een werkwijze als in het door de wetgever gegeven modelvonnis weergegeven. De rechter nam in zijn vonnis de inhoud van de bewijsmiddelen op voorzover deze tot het bewijs meewerkte en voegde daaraan dan toe: "dat hij door de hierboven gerelateerde bewijsmiddelen, opleverende de daartoe redengevende feiten of omstandigheden, bewezen acht en de overtuiging heeft bekomen dat verdachte het hem tenlastegelegde feit heeft begaan" of een daarmee vergelijkbare formule. Beide bepalingen werden aldus in de praktijk in elkaar geschoven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c46deaefcc13b33f48d3a20dc04a45c0df70e300f9a2d7c57bc21d30285f77f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c46deaefcc13b33f48d3a20dc04a45c0df70e300f9a2d7c57bc21d30285f77f, en de alinea staat in dat document op bytes 19581 tot 20979.