Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0425.

17. Het is de vraag of dit doorslaggevende bezwaren zijn. Ten tijde van de totstandkoming van het Wetboek in 1926 was dat het geval omdat toetsing van de in het vonnis weergegeven inhoud van een schriftelijk bescheid aan de originele tekst in beginsel niet mogelijk was. Nu dat anders is, ik denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheid om in cassatie te onderzoeken of de gedeeltelijke weergave van een in een proces-verbaal opgenomen verklaring, die verklaring denatureert (zie HR 16 januari 2007, NJ 2007, 71), hoeven de genoemde bezwaren niet langer doorslaggevend te zijn. Indien de rechter het hierboven weergegeven modelvonnis uit de MvT zou volgen, zou hij de inhoud van de bewijsmiddelen en vervolgens de daaraan ontleende redengevende feiten in de uitspraak en/of de eventuele aanvulling met bewijsmiddelen opnemen. De weergave van de inhoud van de bewijsmiddelen heeft tot doel te kunnen controleren of het om wettige bewijsmiddelen gaat en biedt de mogelijkheid te controleren of wat als redengevend feit wordt vermeld, daaraan kan worden ontleend. Nu dat ook mogelijk is door toetsing aan de inhoud van de oorspronkelijke stukken, ook al is die niet in de uitspraak vermeld, is er vanuit het oogpunt van controle van de bewijsmotivering geen reden om afzonderlijke opname van de inhoud van de bewijsmiddelen te eisen naast het vermelden van de daaraan ontleende redengevende feiten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6c46deaefcc13b33f48d3a20dc04a45c0df70e300f9a2d7c57bc21d30285f77f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6c46deaefcc13b33f48d3a20dc04a45c0df70e300f9a2d7c57bc21d30285f77f, en de alinea staat in dat document op bytes 32970 tot 34372.