Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Alinea 104 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0487.

Uit de CID-informatie met betrekking tot de aanleiding van het onderzoek (zie hoofdstuk 1 en het door het onderzoeksteam ingestuurde proces-verbaal) kan blijken, dat de familie [van betrokkene] zich reeds vanaf 1992 zou bezighouden met de handel in verdovende middelen. Daarnaast kan uit afgelegde verklaringen (van onder anderen [getuige 5], [getuige 2], [getuige 6] en [getuige 7]) en uit door hem zelf afgelegde verklaringen blijken, dat [betrokkene] vanaf 1994 (of eerder) handelde in/betrokken was bij de handel in verdovende middelen (zie ook paragraaf 2.4.1). [Getuige 7] verklaarde dat hij in 1993 in contact kwam met [persoon 3] (in verband met de handel in verdovende middelen) en dat hij in 1995 [betrokkene] leerde kennen en hoorde, dat dat de 'grote man" was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/203cfea93bffd25e1ca6d54c7c74a92033e5680cd19149633e019fc80dfc9944. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 203cfea93bffd25e1ca6d54c7c74a92033e5680cd19149633e019fc80dfc9944, en de alinea staat in dat document op bytes 40510 tot 41296.