Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0487.

Het is juist dat de veroordeelde bij of kort na zijn aanhouding in kennis is gesteld van het Strafrechtelijk Financieel Onderzoek (SFO), dat met de machtiging van de rechter-commissaris op 29 november 1996 reeds van start is gegaan. Dit SFO kan echter niet los worden gezien van het onderzoek in de omvangrijke hoofdzaak, waarvan de inhoudelijke behandeling in eerste aanleg heeft plaats gevonden ter terechtzitting van 30 juni 1998 op grond van een dagvaarding met 18 tenlasteleggingen. Vervolgens is de rechtbank in de hoofdzaak op 14 juli 1998 tot een veroordelend vonnis gekomen. In een dergelijke zaak is dat een voortvarende afdoening. Op de zitting 30 juni 1998 heeft de officier van justitie aangekondigd dat een ontnemingsvordering aanhangig gemaakt zal worden. Deze aankondiging van de ontnemingsprocedure, die moet worden aangemerkt als een voortzetting van de vervolging in de hoofdzaak, neemt het hof als aanvangsdatum voor de redelijke termijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/203cfea93bffd25e1ca6d54c7c74a92033e5680cd19149633e019fc80dfc9944. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 203cfea93bffd25e1ca6d54c7c74a92033e5680cd19149633e019fc80dfc9944, en de alinea staat in dat document op bytes 13549 tot 14521.