Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0487.

7. De klacht is op zich gegrond. Tot cassatie zal dat evenwel niet kunnen leiden aangezien uit de overwegingen van het Hof blijkt dat het de periode voorafgaand aan 30 juni 1998 wel degelijk in de beschouwingen heeft betrokken en mede op grond daarvan tot het oordeel is gekomen dat de vordering in eerste aanleg met voldoende voortvarendheid is behandeld, een oordeel dat in cassatie uitdrukkelijk niet wordt bestreden.(2) Tot een ander oordeel over de duur van de door het Hof vastgestelde periode van inactiviteit kan het onjuiste uitgangspunt van het Hof dus niet leiden. Wat overblijft is dat de totale duur van de berechting - die het Hof in aanmerking heeft genomen bij zijn oordeel dat een periode van inactiviteit van drie jaar een schending van de redelijke termijn oplevert - niet (zoals het Hof deed) op zeven jaar en vijf maanden moet worden geschat, maar - afgerond naar boven - op acht jaar en twee maanden. Het oordeel van het Hof dat de redelijke termijn is geschonden, zal daardoor niet anders zijn uitgevallen. Voorts maakt het enkele feit dat de totale procedure negen maanden langer heeft geduurd dan waarvan het Hof uitging, het oordeel van het Hof dat de termijnoverschrijding niet met de niet-ontvankelijkheid van het OM dient te worden gesanctioneerd, niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat voor die sanctie slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/203cfea93bffd25e1ca6d54c7c74a92033e5680cd19149633e019fc80dfc9944. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 203cfea93bffd25e1ca6d54c7c74a92033e5680cd19149633e019fc80dfc9944, en de alinea staat in dat document op bytes 19272 tot 20671.