Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0487.

11. Dat getuige [getuige 4] is overleden en getuige [getuige 1] onvindbaar is gebleven kan, anders dan in feitelijke aanleg is aangevoerd en anders dan het middel wil, niet als een bijzondere omstandigheid gelden die dit anders maakt. Ik merk daarbij op dat op geen enkele wijze is onderbouwd dat het aan de opgetreden vertraging is te wijten dat deze getuigen niet konden worden gehoord(5) en dat het horen van deze getuigen verband hield met de methode van vermogensvergelijking waarvan het OM uitging, maar die uiteindelijk niet door het Hof is toegepast.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/203cfea93bffd25e1ca6d54c7c74a92033e5680cd19149633e019fc80dfc9944. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 203cfea93bffd25e1ca6d54c7c74a92033e5680cd19149633e019fc80dfc9944, en de alinea staat in dat document op bytes 22993 tot 23564.