Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Alinea 93 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0487.

22. In de toelichting op het middel wordt gesteld dat het Hof voor het bewijs gebruikt heeft gemaakt van verklaringen die op de terechtzitting in hoger beroep niet zijn voorgehouden. Voor zover daarmee bedoeld wordt erover te klagen dat in strijd met art. 301 lid 5 Sv acht is geslagen op stukken die niet zijn voorgelezen of waarvan de korte inhoud niet is meegedeeld, faalt die klacht bij gebrek aan feitelijke grondslag. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 19 oktober 2005 houdt in dat aldaar is voorgehouden "Het strafdossier, waaronder een in de wettelijke vorm opgemaakt hoofdproces-verbaal, gedateerd 3 maart 1999 en opgemaakt door [verbalisant 7], inspecteur van de Regiopolitie Gelderland-Midden en werkzaam als financieel coördinator bij de Unit Financieel-Economische Recherche, met bijlagen. Kennelijk vormen de processen-verbaal die voor het bewijs zijn gebruikt dergelijke bijlagen.(10)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/203cfea93bffd25e1ca6d54c7c74a92033e5680cd19149633e019fc80dfc9944. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 203cfea93bffd25e1ca6d54c7c74a92033e5680cd19149633e019fc80dfc9944, en de alinea staat in dat document op bytes 34667 tot 35606.