Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Alinea 108 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0498.

6.7. Ik kan de steller hierin niet volgen. Weliswaar is de verdachte vrijgesproken van twee pogingen tot invoer van cocaïne in Nederland, daarmee staat niet vast dat de verdachte niets van doen had met een organisatie die tot oogmerk had, kort gezegd, de handel in cocaïne. Het Hof heeft ten aanzien van feit 4 nadrukkelijk overwogen dat niet bewezen kan worden verklaard dat de eindbestemming Nederland was. Wat de reden van de vrijspraak voor feit 7 was, kan verder in het midden blijven. De omstandigheid dat de verdachte van twee concrete overtredingen van de Opiumwet is vrijgesproken, sluit niet uit dat hij heeft deelgenomen aan een organisatie die het plegen van zodanige misdrijven tot oogmerk had. Van een arrest dat innerlijk tegenstrijdig is, kan dan ook niet worden gesproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32c7d5aaaebfa38fd96a527732f6b5f778180b4051f5c6a7c097fd6551d813a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32c7d5aaaebfa38fd96a527732f6b5f778180b4051f5c6a7c097fd6551d813a6, en de alinea staat in dat document op bytes 41214 tot 42018.