Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0498.

3.4. Op zichzelf is dit bezwaar gegrond. Het Hof heeft in dit verband wellicht gedacht aan het in het middel genoemde NJ 2001, 587, of aan HR 30 maart 2004 NJ 2004, 376 rov.3.4.2. Wat daar over het gesloten stelsel van rechtsmiddelen is overwogen ziet echter, zoals het middel terecht stelt, op vormverzuimen die betrekking hebben op bevelen inzake de toepassing van vrijheidsbenemende dwangmiddelen welke kunnen worden voorgelegd aan de rechter-commissaris. Die uitspraken zijn niet van toepassing op beslissingen van de rechter-commissaris op andere punten. Dat betekent dat de omstandigheid dat tegen bepaalde beslissingen van de rechter-commissaris betrekking hebbende op het onderzoek, geen rechtsmiddel openstaat, niet tot gevolg heeft dat die beslissing aan toetsing door de zittingsrechter onttrokken is. Als voorbeeld kan worden genoemd de machtiging van de rechter-commissaris tot het toepassen van een telefoontap (art. 126 m Sv).(2) In HR 11 oktober 2005, NJ 2006, 625 besliste de Hoge Raad met een beroep op de wetsgeschiedenis dat de zittingsrechter de beslissing van de rechter-commissaris tot het verlenen van een zodanige machtiging - zij het marginaal - kan toetsen.(3)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32c7d5aaaebfa38fd96a527732f6b5f778180b4051f5c6a7c097fd6551d813a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32c7d5aaaebfa38fd96a527732f6b5f778180b4051f5c6a7c097fd6551d813a6, en de alinea staat in dat document op bytes 11251 tot 12452.