Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0502.
6.3. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman blijkens de pleitnota gesteld dat de verdachte ten onrechte als verdachte is aangemerkt en dat daarmee het gerechtelijk vooronderzoek op oneigenlijke grondslag is gevorderd en ingesteld. In het kader van dit verweer is door de verdediging gesteld dat er geen verdenking bestond van overtreding van de Opiumwet wat betreft lijst I middelen, wat de grondslag van het gerechtelijk vooronderzoek is geweest. Daarbij heeft de raadsman in het brede kader van het verweer verwezen naar de rol van [medeverdachte 1] in Nederland en die van [betrokkene 3] in het buitenland. De conclusie van dit alles zou volgens de verdediging moeten zijn dat het bewijs op onrechtmatige grondslag is verkregen en daarom van gebruik als zodanig dient te worden uitgesloten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/edc8a2a83a3c27535b72aeb238bde9357fc545396fec200e7d223615843d95d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt edc8a2a83a3c27535b72aeb238bde9357fc545396fec200e7d223615843d95d9, en de alinea staat in dat document op bytes 14940 tot 15761.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/edc8a2a83a3c27535b72aeb238bde9357fc545396fec200e7d223615843d95d9 | shasum -a 256