Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007
Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0502.
3 Dat de rechter zich nimmer een oordeel zou mogen vormen over de vraag of het instellen van een gerechtelijk vooronderzoek gerechtvaardigd was, betwijfel ik. Wellicht heeft het Hof het oog gehad op HR 30 maart 2004, NJ 2004, 376 rov 3.4.2. Maar daar gaat het om vrijheidsbenemende dwangmiddelen. Maar wel lijkt mij in dit verband niet zozeer beslissend het tijdstip van het openen van een vooronderzoek, maar de vraag welke onderzoekshandelingen of toepassing van dwangmiddelen in het kader daarvan hebben geleid tot het verkrijgen van bewijsmateriaal (en wanneer).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/edc8a2a83a3c27535b72aeb238bde9357fc545396fec200e7d223615843d95d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt edc8a2a83a3c27535b72aeb238bde9357fc545396fec200e7d223615843d95d9, en de alinea staat in dat document op bytes 24859 tot 25442.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/edc8a2a83a3c27535b72aeb238bde9357fc545396fec200e7d223615843d95d9 | shasum -a 256