Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007
Alinea 117 Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0582.
6.9 De splitsing tussen een geheimhoudingskamer en een hoofdzaakkamer is uiteindelijk niet doorgegaan, kennelijk om proceseconomische redenen: de medewetgever achtte het uit een oogpunt van werkbesparing onwenselijk dat voor de geheimhoudingsbeslissing naar een andere - niet-ingelezen - kamer zou worden verwezen, nu in de praktijk zelden behoefte aan verwijzing bleek te bestaan: het kwam nauwelijks voor dat geheimhouding gerechtvaardigd werd geacht én toestemming werd geweigerd. De wetgever heeft er bij de Eerste evaluatiewet Awb(20) dan ook voor gekozen het geheimhoudingsberoep toch te laten (blijven) behandelen door de rechter die ook in de hoofdzaak uitspraak doet, maar hij heeft wel aan art. 8:29, lid 5, Awb de tweede volzin toegevoegd die inhoudt dat de zaak - pas - verwezen wordt naar een andere kamer indien geheimhouding jegens de tegenpartij gerechtvaardigd is én die tegenpartij toestemming voor uitspraak op basis van geheime stukken weigert. De Memorie van Toelichting vermeldt ter zake van de toevoeging van de tweede volzin van lid 5:(21)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfe0694d85bdaa23dccdb1809613cd83515804813c3b51f641ce3d50a3eb4709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfe0694d85bdaa23dccdb1809613cd83515804813c3b51f641ce3d50a3eb4709, en de alinea staat in dat document op bytes 48531 tot 49609.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cfe0694d85bdaa23dccdb1809613cd83515804813c3b51f641ce3d50a3eb4709 | shasum -a 256