Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007
Alinea 208 Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0582.
"In een stelsel waarin de rechter de bevoegdheid heeft ambtshalve de feiten aan te vullen, is aan een wettelijk stelsel van materieel bewijsrecht niet of nauwelijks behoefte. (...) Het nieuwe bestuursprocesrecht bevat uiteraard wel regels van formeel bewijsrecht. Daarbij is gestreefd naar harmonisatie met bepalingen uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het Wetboek van Strafvordering. (...) In het verband met het voorgaande is ook de eenheid van het bestuursrechtelijk geding gehandhaafd. Dat betekent, dat niet zelfstandig kan worden geappelleerd tegen beslissingen die de rechter in de loop van het proces heeft genomen. Gelet op de discretionaire aard van de aan de rechter toegekende processuele bevoegdheden en op het feit dat niet in alle gevallen hoger beroep openstaat, verdient het aanbeveling dat de rechterlijke colleges die het uniforme bestuursprocesrecht toepassen, in goed overleg - en uiteraard met behoud van ieders onafhankelijkheid - beleid ontwikkelen om een beredeneerd en voorspelbaar gebruik van deze discretionaire bevoegdheden te bevorderen. In de gevallen waarin wel hoger beroep openstaat, kan uiteraard tegelijk met het hoger beroep tegen de uitspraak worden geklaagd over tussenbeslissingen. (...)"
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfe0694d85bdaa23dccdb1809613cd83515804813c3b51f641ce3d50a3eb4709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfe0694d85bdaa23dccdb1809613cd83515804813c3b51f641ce3d50a3eb4709, en de alinea staat in dat document op bytes 83944 tot 85201.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cfe0694d85bdaa23dccdb1809613cd83515804813c3b51f641ce3d50a3eb4709 | shasum -a 256