Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007

Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0582.

5.3 Ik merk op dat de laatste volzin van lid 5 pas in 2002 is toegevoegd ter gelegenheid van de eerste evaluatiewet Awb (zie nader onderdeel 6 hieronder). Blijkens zijn tekst geldt art. 8:29 Awb slechts indien voor een procespartij een verplichting bestaat stukken of inlichtingen in het geding te brengen.(4) U heeft de fiscus niet verzocht om overlegging van het draaiboek en de nieuwsbrieven, zodat er mijns inziens geen verplichting voor de Staatssecretaris bestond of bestaat om die integrale versies in het cassatiegeding te brengen. De stukken zijn spontaan (onverplicht) overgelegd, zodat art. 8:29 Awb niet van toepassing is. Daaraan doet niet af dat het Hof de Inspecteur wél de verplichting oplegde meer passages dan de reeds gepubliceerde in te brengen in de feitelijke instantie. De Inspecteur heeft die passages immers desondanks niet aan het Hof overgelegd, zodat zij ook niet tot de gedingstukken behoren. Bovendien moeten de "op de uitspraak betrekking hebbende gedingstukken" bij de Hoge Raad worden ingezonden door het Hof (zie art. 28a, lid 2, AWR) en niet door een partij.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfe0694d85bdaa23dccdb1809613cd83515804813c3b51f641ce3d50a3eb4709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfe0694d85bdaa23dccdb1809613cd83515804813c3b51f641ce3d50a3eb4709, en de alinea staat in dat document op bytes 28855 tot 29962.