Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007

Alinea 88 Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0582.

(iii) de wetsgeschiedenis van de invoering van de tweede feitelijke instantie in belastingzaken(8) gaat expliciet van een zelfstandige vorderingsbevoegdheid van de cassatierechter uit: in het oorspronkelijke voorstel werd 8:28 Awb geschrapt uit de in art. 29 AWR opgenomen lijst van overeenkomstig toepasselijke bepalingen. De Tweede Kamer heeft de Staatssecretaris er echter van weten te overtuigen dat voor de cassatieprocedure de verwijzing naar art. 8:28 Awb moest worden gehandhaafd omdat de Hoge Raad incidenteel nog wel eens feiten moet onderzoeken,(9) bijvoorbeeld in verband met de ontvankelijkheid van een cassatieberoep, de publicatie van een gemeentelijke belastingverordening of, zo voeg ik toe: de overschrijding van de redelijke termijn van berechting in boetezaken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfe0694d85bdaa23dccdb1809613cd83515804813c3b51f641ce3d50a3eb4709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfe0694d85bdaa23dccdb1809613cd83515804813c3b51f641ce3d50a3eb4709, en de alinea staat in dat document op bytes 33833 tot 34627.