Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007
Alinea 89 Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 augustus 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA0582.
5.12 De voorlopige conclusie is daarmee dat u bevoegd bent overlegging te verlangen en op niet-overlegging procedurele sancties kunt stellen (ook art. 8:31 Awb is van overeenkomstige toepassing), maar dat u in casu niet om overlegging gevraagd heeft zodat er in casu geen verplichting tot overlegging bestaat en de stukken het beste ongezien teruggezonden kunnen worden aan de Minister. Doet u dat niet (ook niet na een eventueel verzoek daartoe van de Minister na diens lezing van deze conclusie) én neemt u kennis van de integrale stukken, dan zal die kennisneming mijns inziens opgevat moeten worden als implicerende dat u overlegging verlangd heeft, zodat alsnog van een verplichting blijkt, en u alsdan ex art. 8:29, lid 3, Awb moet beslissen over de gegrondheid van het beroep van de Staatssecretaris in de cassatieprocedure op "gewichtige redenen" die zich verzetten tegen bekendmaking aan de belanghebbende. In beginsel moet immers alles waarvan u kennis neemt voor uw oordeel over het cassatieberoep ook de belanghebbende onder ogen komen, mét mogelijkheid van reactie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfe0694d85bdaa23dccdb1809613cd83515804813c3b51f641ce3d50a3eb4709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfe0694d85bdaa23dccdb1809613cd83515804813c3b51f641ce3d50a3eb4709, en de alinea staat in dat document op bytes 34665 tot 35758.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cfe0694d85bdaa23dccdb1809613cd83515804813c3b51f641ce3d50a3eb4709 | shasum -a 256